Tentoonstelling Ruimtereis
Wat gebeurt er wanneer kunstenaars hun blik richten op het onmetelijke heelal?
In de tentoonstelling Ruimtereis proberen zij de mysterieuze kosmos en zijn veelal
onzichtbare krachten in beeld te vangen. Het Kröller-Müller Museum toont
sculpturen, video’s en werken op papier. Deze verbeelden het universum of
sturen de aandacht nadrukkelijk naar buiten: voorbij onze aarde, de ruimte in.
Aanleiding voor de tentoonstelling is de recente aankoop van Zinc Cloud (1967, 1990) van de Amerikaanse kunstenaar Alan Saret (1944). Deze aanwinst is voor het eerst te zien en wordt in Ruimtereis vergezeld door achttien kunstwerken. In het licht van de uitbreiding van het museumgebouw is de tentoonstelling ook een ‘proeve’ voor het toekomstige collectiepresentaties. Het museum bereidt zich hierop voor door werken in verrassende nieuwe combinaties binnen de collectie uit te proberen.
Oerknal
Het beginpunt van het heelal, het ontstaan van tijd en ruimte, inspireert veel kunstenaars. Dat is in de tentoonstelling te zien bij de Britse kunstenaar Adam Colton (1957) die dit startschot vangt in zijn zeefdrukken Big Bang, waarin fel licht zich een weg baant door een raster van duisternis. Ook is dit de inspiratiebron voor de Chinese kunstenaar Cai Guo-Qiang (1957) bij zijn speciaal voor het museum gemaakte performance op een zandvlakte in Het Nationale Park De Hoge Veluwe Myth: Shooting the suns: Project for extraterrestrials no. 21 (1994).
Tussen hemel en aarde
Veel van wat zich in de ruimte afspeelt ontglipt de menselijke waarneming. Juist die ongrijpbaarheid voedt de verbeelding. De Belgische kunstenaar Panamarenko (1940-2019) ontwierp talloze machines om aan de zwaartekracht te ontsnappen. Zijn vliegende rugzak uit 1985 is daar een sprekend voorbeeld van: een poging om het luchtruim te verkennen. Dat gevoel van zweven tussen hemel en aarde is ook voelbaar in Zinc Cloud van Alan Saret. De sculptuur lijkt los te komen van de grond en elk moment te kunnen opstijgen.
Het oneindige
Met Blauwe luchten (2020) nodigt de Nederlandse kunstenaar Anne Geene (1983) ons uit om letterlijk omhoog te kijken, naar dat deel van het universum dat wél zichtbaar is met het blote oog. In Della Scultura & La Luce (1985) probeert de Nederlandse kunstenaar Marinus Boezem (1934) het onmogelijke: het grootse geheel samenvatten in een klein doosje.
Verder is werk te zien van onder anderen Otto Piene, Jean Arp, Maria Barnas, Georges Vantongerloo, Giovanni Anselmo, Nobuo Sekine en Hetty Huisman.